muzikale momenten, deel 4 – ‘Dertien jaar na dato’ (The Sound – From The Lions Mouth)

‘Dertien jaar na dato’

Het was een warme lenteavond in april. Het jaartal 2012. In mijn piepkleine computerkamer surfte ik het net over. Op zoek naar bekende muziek(concerten), maar meer nog dan dat, op zoek naar fijne nieuwe songs. Zodat mijn verzameling nog groter kon worden dan hij al was. Zodat ik aangespoord werd om op zoek te gaan naar onbekend tweedehands vinyl en nieuwe cd’s. Een hobby mag geld kosten, niet waar?

In die jaren werkte ik bij Wegener in Zwolle. Bij mij ter burele zat een collega met eenzelfde verzamelwoede. We hadden vrijwel dagelijks mooie gesprekken over nieuwe releases en oude klassiekers. Vaak zelfs ook via mail of Twitter, wanneer we niet op de redactie zaten.

Zo ook die desbetreffende avond in april 2012. Collega, annex muziekmaat JdH meldde dat hij zo eens in de zoveel tijd met zijn vriendenclub een avondje muziek luistert. Een ieder selecteerde zijn ‘Top 10 Beste Albums Aller Tijden’ en daar werd vervolgens een avondje muzikaal samenzijn aan vast geknoopt.
Het zal u niet verbazen dat ik iets dergelijks ook wel eens doe met muziekvrienden. Nerds onder elkaar. Helemaal te gek. High Fidelity-achtige prietpraat: ik hou er van. JdH stuurde mij desgevraagd dus z’n Top 10. Hij was er naar eigen zeggen ‘tot diep in de nacht’ mee bezig was geweest. Nerds onder elkaar snappen dat helemaal. Dergelijk tijdverdrijf is prachtig. En dat het dan heel laat in de nacht wordt, maakt natuurlijk niet uit. Ik hoor u denken… Mijn antwoord is ‘nee’. Dit is namelijk absoluut niet nutteloos, in het geheel niet.
Met spreekwoordelijk kwijl uit de mond begon ik zijn Top 10 te lezen. Erop veel bekend werk zoals ‘de bananenplaat’ van VU, On The Beach van Neil Young, Hatful Of Hollow van The Smiths, maar ook Where You Been van Dinosaur Jr. en Sister van Sonic Youth. Stuk voor stuk pareltjes die zo maar ook in mijn eigen lijst zouden kunnen staan.
Maar natuurlijk zocht ik ook deze avond naar de muziekverrassing. En die vond ik al gauw. In zijn lijst verhaalde JdH bevlogen over een voor mij tot dan toe volkomen onbekende Britse formatie. ‘The Sound markeert het volwassen worden van mijn muzieksmaak’, zo meldde hij enigszins gedragen in een terloopse bijzin. Mijn aandacht was gewekt.

The Sound - From The Lions Mouth

The Sound – From The Lions Mouth

Het desbetreffende album heet From The Lions Mouth, uitgekomen in 1981. Ik was toen 6, dus deze band is indertijd natuurlijk compleet aan me voorbij gegaan. Echter, ook jaren later ben die muziek nooit tegengekomen. Tot deze dag in april, de speurtocht naar mijn muziekverrassing was begonnen. Ik speurde YouTube af, vond het integrale album van deze new wave-band werd geconfronteerd met de opener Winning. Een actief en ronkende basloop werd gecombineerd met een ielige en hoog synthesizerloopje. De zinsnede ‘When you reach the end of your tether, it’s because it wasn’t strong enough…’, baart direct opzien. De compositie is onmiskenbaar goed, dat hoor je meteen. Maar wat écht opviel, was de donkere, dwingende toon van de zanger en tevens songwriter van de band, Adrian Borland. Bijna bezeten werd de tekst in het refrein voorgedragen. Het nummer heb ik die avond zeker zo’n 20 keer gedraaid.

De plaat heb ik de dag daarna nog tweedehands aangeschaft bij Minstrel Music in Zwolle. Toch bleef vooral Borland mij intrigeren. Terwijl ik mijn nieuwe schijf van zwarte goud op de draaitafel legde en genoot van alle sinistere songs op het album, kwam ik er via het net achter dat de manisch depressieve frontman van The Sound zelfmoord pleegde door in Londen voor de trein te springen. Zulke mooie muziek verzinnen en toch zo met jezelf in de knoop zitten. Tja…
En ondanks die muziek, bleek z’n eigen levenstouw dus níet sterk genoeg. Op 26 april 1999 knipte hij het eigenhandig door. Ik keek rechtsonder in mijn computerscherm en schrok. Het wás 26 april. Exact dertien jaar na Borlands trieste einde, was From The Lions Mouth mijn muziekontdekking van het jaar 2012 geworden.

Toen ik onlangs een ‘Top 10 Beste Albums Aller Tijden’-avondje met muziekvrienden hield, lag het album van The Sound op mijn stapel…

Advertenties

muzikale momenten, deel 3 – ‘Vader en Zoon’ (Eagles – New Kid in Town)

‘Vader en Zoon’

Op het moment dat de zoon leuk gaat vinden wat zijn vader al jaren waardeert, dan wordt hij een echte man. Die conclusie trok ik, toen ik onlangs het nummer New Kid in Town van de Eagles voorbij hoorde komen.

Eagles - Hotel California

Eagles – Hotel California

De song, afkomstig van het album Hotel California uit 1976 is het favoriete nummer van mijn vader. Mijn pa, nog immer groot Eagles-fan (naast de band overigens ook van de voetbalclub: what’s in the name!) draaide de desbetreffende lp vroeger erg vaak. Hij vertelde te pas en te onpas aan Jan en alleman dat New Kid in Town zijn favoriete nummer was.
Op een gegeven moment, kon het niet anders dan dat ik dat aalgladde (geen kritiek hoor, meer een feitelijke constatering) nummer ook ging waarderen. Al week onze smaak tegelijkertijd ook wel een beetje af. Wat mij betreft waren Life in the Fast Lane (een rauw nummer van nieuweling Joe Walsh) en The Last Resort (een epische song van Don Henley waaraan Glenn Frey uiteindelijk ook zijn compositorische bijdrage leverde) juist absolute hoogtepunten van de plaat. Laat me tegelijkertijd eerlijk zijn; in feite ging ik alle nummers van deze lp geweldig vinden. Zelfs dat enigszins grijsgedraaide titelnummer. Daarbij komt: het resultaat van dit best verkochte studioalbum van de Eagles is helemaal geweldig, wanneer je weet hoeveel bergen drugs Don Henley, Glenn Frey, Don Felder, Randy Meisner en Joe Walsh er op dat moment door heen snoven en rookten. De makers zelf waren klaarblijkelijk minder aalglad dan hun composities. Maar goed, ik dwaal af.

Onze 6-jarige zoon, gedraagt zich tegenwoordig een beetje hetzelfde, als ik indertijd. En ik gedraag me hetzelfde als mijn vader toen deed. Zo ben ik bijvoorbeeld nog altijd razend enthousiast over mijn roomwitte Kever uit 1983. Dat mogen Jan en alleman te pas en te onpas weten. Ook al is deze auto momenteel geschorst. Ook al vindt vrouwlief het momenteel een sta-in-de-weg. Ook al attendeert zoon Job me steeds vaker op die steeds groter wordende roestplekken aan de voorkant. Toch zie ik aan de andere kant dat zoonlief niet anders kan, dan deze krakkemikkige auto waarderen. Hij zit er graag in, hij zit er graag aan. Net zoals zijn vader.
Dat geldt tevens voor het draaien van lp’s. Nu al een grote hobby van Job. Als ik met hem thuis ben, mag hij ze vaak uitkiezen. Een mooi ritueel: ik loop met hem mee, til Job waar nodig op en geef hem daardoor steeds een willekeurige kijk op de platenkast. Job selecteert dan ‘geheel toevallig’. Feitelijk enkel naar aanleiding van de kleuren van de ruggen van de hoezen.
Soms komen daar ronduit verrassende opties uit. Leidde hij mij onlangs al naar de fantastische live-plaat van Ike en Tina (Olympia, Parijs, 1971), recentelijk kwamen er parels van de Tröckener Kecks, Sam & Dave, AC/DC, Camel, U2, Gary Numan (nee, ik schaam me hier niet voor) Stevie Wonder, The Smiths, Blondie, Wings, Pink Floyd (ik geef toe, hier stuurde ik zijn handje), Duran Duran, Roxy Music, Talking Heads, The Outsiders, (een symfonie van) Smetana, The Sound, Doe Maar en Van Halen voorbij. Wanneer de naald in de groef gezet wordt, blijkt uit de twinkeling in z’n ogen daadwerkelijk dat hij leuk vindt, wat zijn vader al jaren waardeert. Maar toen Job pas geleden, on top of it all, Hotel California van de Eagles uit de platenkast griste, werd onze eigen New Kid In Town in één klap een echte man. Met dank aan mijn eigen vader.

Eerbetoon aan Thé Lau, eerbetoon aan The Scene

Voor de laatste keer luisteren naar de boodschap van Thé Lau

The Scene is de band die ik in mijn leven het vaakst live gezien heb. Zo’n 22 jaar volg ik die rockformatie al. En nooit verveelde er een concert. Altijd weer, wist de band me te raken. Ook belangrijk: nimmer was het onder de maat. Of het nu een slotoptreden van een studentenverenigingsfeest was met vrijwel alleen dronken toehoorders, een kleine club met nog geen honderd man, een festival met duizenden aanwezigen die na praktisch ieder lied lalden om de hit ‘Iedereen Is Van De Wereld’, de band bleef stoïcijns en maakte indruk. Keer op keer. Ik was en ik ben fan. Met een welhaast amoureus gevoel.

Dat kwam ooit natuurlijk door die loeistrak spelende bassiste met haar vuurrood gestifte lippen. Op Emilie was ik (toegegeven) heimelijk zelfs een beetje verliefd. Dat kwam ooit ook door die ietwat mysterieuze toetsenist Otto met z’n ravenzwarte coupe. En dat kwam eveneens door die bevlogen en immer enthousiaste en zeer kundige drummer Jeroen.
Maar met twee had ik het meest. Eus vanwege z’n lyrisch gierende gitaarspel en dat vervaarlijk heen en weer zwiepende dunne spriethaar. Ik speelde gitaar, maar de vervreemdende solo’s die hij produceerde waren van een geheel andere orde.
En dan was daar natuurlijk de frontman tegen wil en dank: Thé Lau. De man die in de loop der jaren best wel eens meldde dat hij liveoptredens maar niks vond. De man die soms best arrogant oogde op de planken, maar dat geenszins was. Ondanks dat al die aandacht misschien niet direct iets voor hem was, wist hij steevast bakken vol charisma het podium op te slepen. Dat kwam door zijn half tokkelende maar o zo ingenieuze gitaarriedels. Maar ook door zijn stem en zijn boodschap. Thé Lau was een man die het begrip teksten in de Nederlandstalige popmuziek in z’n eentje op een hoger plan trok. De man die z’n eigen woorden laat vallen en velen raakt. Hij deed dat met een onverwoestbaar ronkende, rokerige soulstem die kwetsbaar kon zijn als grafiet, maar eveneens sterk en onverwoestbaar als een zwarte diamant. De boodschap van Thé Lau werd door menigeen gevreten. En ik werd één van zijn fervente toehoorders.

Eén van de mooiste optredens van The Scene? Dat was tegelijkertijd één van de eerste keren dat ik ze zag: het bevrijdingsfestival in Almere. Ik denk in 1993. De band was in topvorm. In mijn herinnering danste het hele veld binnen luttele secondes na aanvang de benen uit het lijf. Nummer na nummer volgde, nummer na nummer had ik het kippenvel op armen, schouders en ruggengraat. Totdat ze Het Werk Van God inzetten. Dat lied kende ik van hun debuut Rij Rij Rij, maar het kwam op die dag in één klap recht mijn hart binnen. Het is er sindsdien nooit meer weg gegaan.

De concerten bezocht ik vrijwel altijd met Scenevriend Jacco. Talloze drijfnat bezwete (Scene-)shirts volgden. Soms zagen we de band meerdere keren per maand. Het maakte ons niet uit. We moesten er heen. Want eigenlijk wilden we dat gevoel van Almere overtreffen. ’t Is eerlijkheidshalve nooit meer gelukt. Maar altijd waren de shows prachtig. Dit was een band die zich volledig gaf. Dat wilde je als publiek dus ook doen. Het was een verplichting, een ongeschreven wet.
Solo bezocht ik Thé Lau ook meerdere malen. In 1999 was ik programmeur van een muziekfestival en haalde ik hem zonder band naar het dorp waar ik woon. We praatten met elkaar en op die dag kwam ik er achter dat die vermeende arrogantie op het podium juist verlegenheid was. Backstage verklapte ik hem mijn favoriete Scenesong: Het Werk Van God. Het zat in de set. Hij zou het voor me spelen. En hoe. Ik stond pal voor het podium. Bijna vastgenageld. Met tranen in de ogen. Wondermooi was het. Zoals hij daar stond, zo zou ik hem graag zo vaak mogelijk willen zien. En liever nog mét band.

Thé Lau, The Scene, Epop, eerbetoon

Thé Lau op Epop 1999

Tot 2002. Toen kondigde Thé Lau in een krantenartikel aan dat The Scene uit elkaar lag. De fans waren er ziek van. Jacco en ik incluis. Maar even zo verrassend liet de band 5 jaar later weer van zich horen. De plaat 2007 bestond voornamelijk uit bekend werk met gastmuzikanten. Eerlijk gezegd deed het me niet zo veel. De twee nieuwe nummers Alkmaar en Meisje Van De Dromen boden hoop. En… er was een serie reünieconcerten aangekondigd.

14 Mei 2007. Ik was er bij toen ze de eerste try out in P3 in Purmerend gaven. Zonder Eus en dat was jammer. Maar wél mét de liedjes. Uit alles bleek, die avond: dat was niet zo maar iets. Het was de aanloop naar nieuw materiaal.
Twee jaar daarna kwam dat album ook: Liefde Op Doorreis. In dat kader had ik het voorrecht om Thé Lau nogmaals te ontmoeten. Voor een muziekblad kon ik hem en Emilie interviewen. In z’n favoriete café in Amsterdam. Want ‘daar mocht je tenminste roken’.
Het gesprek was een geweldige ervaring. Niet eens zo zeer vanwege het interview. Dat was ver onder de maat, vanwege mijn idiote fangedrag. Het deerde Thé en Emilie niet. Die vonden het denk ik wel schattig. En weer kwam het gesprek op Het Werk Van God. Thé vertelde over de ontstaansgeschiedenis van dat nummer. Z’n schoonzus werd ooit volkomen onverwachts dood in huis aangetroffen. Het nummer bestaat uit vele zinnen van verbluffende eenvoud. Neem ‘en de zon verlicht de lege plek die jij achterlaat’. Prachtig, in één woord.
Op de terugreis naar huis dacht weer eens aan mijn eigen moeder die in 1995 op 47-jarige leeftijd overleed. Sindsdien had dat nummer van The Scene logischerwijs nog meer betekenis gekregen. Ik maakte het artikel en zweefde dagenlang centimeters boven de grond. Dichterbij mijn idool kon ik in mijn optiek niet komen.
Ik wilde derhalve ook weer naar hun optredens, ik wilde weer herenigd worden met mijn Scenevriend. Maar dat duurde om onverklaarbare redenen nog een hele tijd. Pas in december 2012 vonden Jacco en ik elkaar weer. Een nieuw album een nieuwe serie concerten. Plaats van handeling? Een, lang niet uitverkochte, Hedon in Zwolle. Als altijd stonden we vooraan. Zo veel jaren ouder, maar nog immer dansend, nog altijd meezingend. Een majestueus gevoel. Een prachtige avond. Wel zonder Otto, trouwens. Otto was ernstig ziek en werd vervangen. De band vertelde er kort over. Toch was de sfeer ongedwongen. Thé meldde al grappend dat de band deze avond een pauze ingelast had. ‘Jullie, maar ook wij zijn wat ouder geworden’, grijnsde hij. De zaal lachte. De pauze had namelijk ook een goede kant: het aanwezige publiek kon meebeslissen over de set na de pauze. De hits vlogen langs, Thé schreef ze op een kartonnetje.
Ik vroeg om Het Werk Van God. Thé en Emilie keken elkaar veelzeggend aan. Oei, dit voorspelde niet veel goeds. Na de pauze volgde nummer na nummer elkaar op. Rauw Hees Teder, Samen, Rigoureus, Alcohol En Tranen. Totdat…
Ze speelden het. Ik keek naar Jacco, hij naar mij en we zongen woord voor woord mee. Bij Thé en Emilie stonden de tranen in de ogen. Heus niet door ons. Maar veel meer vanwege hun eigen gevoel. Ze dachten aan Otto.

Toen werd het augustus 2013. Thé Lau heeft keelkanker, berichtten diverse media. Maar hij is ‘vol goede moed over de behandeling’, stond er ook. Optredens gaan dus ‘gewoon’ door. Jacco en ik hadden contact. We wilden The Scene graag weer eens zien. Toch kwamen we er niet toe om daadwerkelijk kaartjes te regelen.
In april van dit jaar kwam het bericht naar buiten dat The Scene stopt. Weer contact ik mijn Scenevriend. Al die herinneringen, al die concerten. Misschien moesten we 17 juni juist niet naar Paradiso in Amsterdam gaan. Of toch wel? Jacco haalt me over. ‘Ze niet zien is geen optie, toch?’, vindt hij. Ik stem in en wonder boven wonder kan hij kaartjes regelen.

Nu is het juni 2014. Paradiso is HMH geworden. Er treden gastmuzikanten op. Aanvullende aspecten die wat mij betreft niet hadden gehoeven. Ik wil Paskal Jakobsen van Bløf niet te horen. En Jacqueline Govaert ook niet. Ik wil Thé horen. En de uitwijk naar die grote Amsterdamse zaal staat me ook niet echt aan. Maar toch ga ik. Mét mijn Scenevriend. Want de ongeschreven wet roept. Ook het publiek moet zich voor de laatste keer volledig geven. Ach, dat zal door de emoties best moeilijk zijn. Maar veel meer moeten we genieten. Sterker, misschien staan Otto en Eus wel een paar nummers mee te spelen. Dat zou wat zijn, zeg. Zo niet? Ook goed, want feit blijft: de code die wij met The Scene hebben, is en blijft hecht, dynamisch en onverbrekelijk. Nog één keer luisteren we 17 juni samen naar de boodschap van Thé Lau en de te gekke muziek van The Scene. Nog één keer klinkt Het Werk Van God.

Dennis Dekker
tekstschrijver (muziek)journalist en voor altijd fervent fan van The Scene

Verslag Let’s Get Lost 2013, Zwolle

Vond net toevallig bijgaande setlist van Unterwelten. Deze formatie gaf tijdens het Zwolse festival Let’s Get Lost een ronduit gedenkwaardig concert.

setlist unterwelten, let's get lost, zwolle

setlist unterwelten, let’s get lost, zwolle

Klik op onderstaande link om mijn verslag te lezen…

http://www.deweekkrant.nl/files/pdfarchief/PEP/20131030/PEP_PEP-1-30_131030_1.pdf

muzikale momenten, deel 2 – ‘bandgevoel’ (Nirvana – In Utero)

‘Bandgevoel’

557828_527939157276131_1869397313_n

Het is begin 1991. David en ik zitten middagen achtereen samen gitaar te spelen. Bij mij thuis, of zijn slaapkamer. Hij een akoestische gitaar die hij voor z’n verjaardag kreeg. Ik een kromgetrokken, en dus zeer moeilijk te bespelen, jazzgitaar met stalen snaren die minstens 40 jaar oud is.
Het klinkt allemaal nergens naar, maar op cassettebandjes maken we volledige albums met eigen nummers. We schrijven en ‘componeren’ samen. Hij verzorgt het (fantastische!) artwork en samen genieten we van het eindresultaat. Hoe slecht ook…
We treden meerdere malen op voor onze ouders en onze zussen. Zij vinden het vreselijk, maar wij hebben het klaarblijkelijk nodig voor onze muzikale ontwikkeling. Toch ontbreekt er iets: het bandgevoel.
We luisteren veel (symfonische) muziek uit de jaren zeventig. Maar dat échte bandgevoel is pas echt aangeboord door de ware stage personalities van die tijd. Waanzinnige acts zoals de Pixies, Pearl Jam, Sonic Youth, de Red Hot Chili Peppers. En Nirvana. En wanneer Nevermind in september 1991 uitkomt, is het hek van de dam.
We horen een paar maandjes daarna ’t prachtige Paradiso-concert live op de radio. De tape daarvan draaien we grijs. De show van 25 november 1991 blijkt een ijkpunt. Dat ongebreidelde enthousiasme, die enorme waanzin, die tomeloze energie, dat onbesuisde gaan tot het gaatje: we willen dat ook.
We zoeken een bassist en een drummer en beginnen te rammen in een oefenhok. Niet goed; maar wel met passie. Bewust veel eigen nummers (we zijn naïef en er van overtuigd dat we doorbreken). Toch spelen we een sporadische cover. Ook één van ons heldentrio uit Seattle. Niet van Nevermind, niet van Bleach, maar lekker eigenwijs van de B-kantjesverzamelaar Incesticide. Om precies te zijn; het chaotische slotstuk Aneurysm. Week na week geven we ons helemaal in die superhete gemeenschapsruimte van de dorpsschool. Via bladen als OOR blijven we op de hoogte van al het muzieknieuws. We lezen onder andere dat zanger Kurt iets fatalistischer met muziek en zichzelf omging dan wij.
Het, in slechts 14 dagen opgenomen, album In Utero zet onze band volledig op de kop. We vinden ‘Vs’ van concurrenten Pearl Jam leuk, maar vallen veel meer voor het rauwe geluid dat Steve Albini aan Nirvana heeft gegeven. We zetten Rape Me op onze setlist, we proberen Serve the Servants eveneens, maar komen er achter dat dit laatste nummer niet fatsoenlijk na te reproduceren is. We zijn oprecht onder de indruk van de klasse van deze band. En we willen ze live zien. Tot twee keer toe halen we tickets voor concerten, tot twee keer toe wordt het afgelast. We zien ze af en toe live op tv, maar blijven hopen op een Nederlandse gig.
Tot dinsdagochtend 5 april 1994. Ik werd wakker, checkte MTV en besefte dat dit een dag zou worden die ik nooit meer zou vergeten. We zijn per direct gestopt met Nirvanacovers. Uit respect voor Dave, Krist en Kurt…

Inmiddels zijn we twee decennia verder. Nevermind is nog immer te gek. In Utero staat exact twintig jaar na de release nog altijd fier overeind en ook naar Bleach en Incesticide luister ik graag. Ons eigen muziekgroepje zoekt daarnaast nog regelmatig dat superfijne bandgevoel op in ’t oefenhok. Misschien moet ik binnenkort toch maar eens een coversuggestie doen. Aneurysm, hoe gingen die akkoorden ook al weer?

Verslag Welcome To The Village 2013, Leeuwarden

LEEUWARDEN – ‘Een plek waar je vooraf al heimwee naar hebt’. De organisatie van Welcome To The Village in Leeuwarden meldde het maanden geleden al op hun internetsite. En zo’n statement zorgt toch voor verwachtingen. Verwachtingen die wat mij betreft zijn uitgekomen. Meer nog dan dat. Want naast heimwee naar afgelopen weekend, heb ik nu al heimwee naar de editie van 2014. Zie hieronder mijn sfeerverslag.

wttv

wttv

Waar te beginnen? Moet ik het hebben over de werkelijk perfecte organisatie of zal ik een trits prachtoptredens van interessante bands bespreken? Mag ik de leuke, originele eet- en drinkstandjes een compliment geven of moet ik dat sympathieke prachtpubliek eerst even een veer hun achterste steken? Misschien alles maar op één hoop samenvoegen, want de combinatie van dit alles maakt dat Welcome To The Village een uiterst sfeervol festijn is.

Vreugdesprongetje
Vrijdagmiddag. De eerste introductie is al charmant. Kneuterig wellicht. Denk aan een piepkleine variant van het festival Into The Great Wide Open op Vlieland. De laagdrempelige en vriendelijke ontvangst bij de entree, zorgt dan ook voor een vreugdesprongetje in je hart. Hier wil je bijhoren. Hier wil je een paar dagen inwoner zijn. Je ontvangt je bandje, stiefelt het terrein op en waant je enerzijds in het groen en anderzijds in het blauw. Bos en strand en water zorgen voor een serene natuurlijke omheining van dit festivalterrein.

Vrolijke troubadour
Je koopt wat muntjes, je loopt rond en speurt het programmaboekje door. Als je vervolgens geconfronteerd wordt met enthousiaste bands zoals Oscar And The Wolf en Vincent & Jules dan is deze ‘festivaldag 1’ toch echt begonnen. Ook bij de vrolijke troubadour Lucky Fonz III, móet je blijven kijken. Ja, op z’n zang is vast iets aan te merken en het geluid van akoestische gitaar en piano stond best hard. Maar toch is het prachtig om te zien hoe Otto Wichers het publiek aan zich weet te binden. Een entertainer pur sang.
Over stage personality gesproken: de Amerikaanse band …And You Will Know Us By The Trail Of Dead kan er ook wat van. Maar de snoeihard, beukende set in de tent Grootegast is ook muzikaal meer dan indrukwekkend te noemen en mijns inziens het hoogtepunt van deze dag. We Promised Jetpacks, De Plaatwerkers en dj St. Paul luiden deze dag feestelijk uit.

Welcome To The Moestuin
Nog even verder over die perfecte organisatie. Volg de facebook- en twitterpagina van Welcome To The Village en je weet meteen wat voor een sympathiek vlees je in de kuip hebt. Ze posten foto’s van vrijwilligers, ze plaatsen beeldregistraties van bands, van publiek in tentjes en maken onder andere melding van sfeerverhogende initiatieven zoals de verkoop van hun eigen verbouwde groentes (Welcome To The Moestuin). Maar bovenal zijn ze niet te beroerd om moeilijke besluiten te nemen. Zaterdagmiddag bijvoorbeeld maakt men al vroeg melding van noodzakelijke aanpassingen van het programma vanwege het noodweer dat er aan komt. Een deel van de middag is het terrein daarom gesloten. Het moet gezegd: hierbij minstens zo veel complimenten aan het publiek, dat zich zeer gedwee weer terug naar hun tent laat drijven.

Prachtig eerbetoon aan The Serenes
‘t Is uiteindelijk jammer van de bands die uitvallen, ik had bijvoorbeeld graag William Seen’s Transport Music live in actie gezien. Maar helaas; het mocht niet zo zijn van de weergoden. Toch neemt deze band later op de dag genadeloos revanche op diezelfde, door de vele drijfnatte toeschouwers verguisde, weergoden. Samen met een indrukwekkende trits gastmuzikanten (Anne Soldaat, Jelle Paulusma, Maurits Westerik en Jacob de Greeuw) brengen ze een eerbetoonoptreden aan de voormalige Friese band The Serenes waarvan het album Barefoot & Pregnant onlangs opnieuw is uitgekomen. Het is goed om te zien dat de muzikanten stuk voor stuk zeer serieus met dit project bezig zijn geweest. De kwaliteit van het optreden is van ongekend niveau, de band speelt stevig en men geniet zichtbaar van de enthousiaste reacties uit het publiek.

Zompige stonerrock
Als je het mij vraagt was Beans And Fatback voor velen echter dé beste band van dit driedaagse festival. De formatie bleek een geoliede machine en dat zorgde voor een optreden dat ‘van a tot z’ zeer kundig in elkaar zat. Van roots naar soul, van americana naar funk en rock: het stuiterde vrolijk heen en weer en het massaal toegestroomde publiek pikte dat enthousiasme vrijwel direct op. Andere fijne bands van ‘festivaldag 2’? BlackBoxRed (deel 1 voor het noodweer was erg goed, deel 2 na het noodweer zo mogelijk nog beter!), Navarone (zeer goede live-band), Karma To Burn (hard!) en de Truckfighters (zompige, gruizige stonerrock die de tent al na een paar minuten volledig op de kop zet).

Slapende baby’s in draagzakken
Ook tof om te vermelden: Welcome To The Village is een erg kindvriendelijk festival. Ze mogen gratis naar binnen en daarom zijn er vele mensen op het festivalterrein te vinden die hun zoon of dochter meegenomen hebben. Zelfs gezien? Talloze ouders met kinderwagens en diverse slapende baby’s in draagzakken. Ach, dat is wel logisch ook. De plek is werkelijk prachtig en voor kinderen is er veel te zien en te beleven. Dat maakt Recreatiegebied De Groene Ster tot een plek waar je met liefde nog eens naartoe gaat. Daarbij is de opzet van het festival kleinschalig (slechts 2000 weekendkaarten en nog eens 500 dagkaarten) waardoor kinderen zich ook tijdens zo’n festival lekker vrij kunnen bewegen. De zoon van ondergetekende heeft het overigens eveneens uitermate goed naar z’n zin gehad.

‘Heimwee naar 2014’
In de nacht van ‘festivaldag 2’ moet de organisatie vanwege het weer, wederom besluiten om het terrein te sluiten. Dat verrekte weer zou je als enige negatieve aspect van deze drie dagen kunnen aanvoeren. Toch zijn er zondag nog genoeg mensen over die onverstoorbaar van ‘festivaldag 3’ genieten. Ook nu weer zijn muziekstijlen zeer verschillend. Het begon rustig met de Groningse bands Town Of Saints en The Black Atlantic. Vervolgens barstte het feest van openluchtpodium Bontebok los met de jonge gasten van Broken Brass Ensemble en de stijlvolle jaren dertigjazz van Maison du Malheur. Tussendoor zorgde The Deaf voor een dirty ass-punkfeest in Grootegast en bleken de fuzzrock van Vox Von Braun en het verzengende optreden van And So I Watched You From Afar allebei ijzersterk. De band Ewert And The Two Dragons fungeerde als degelijke afsluiter van dit festival.

Al met al kan je als trotse inwoner van dit dorp niet anders dan concluderen dat de organisatie gelijk had. Ja, het was zo’n festival waar je ‘vooraf al heimwee naar hebt’. Ik heb daarom nu al heimwee naar Welcome To The Village 2014. En mag ik voor wat betreft de editie van 2013 nog even toevoegen wat Jacob de Greeuw zong tijdens het eerbetoonoptreden aan The Serenes: ‘Into the ocean of memories your heart will flow’.

Dennis Dekker

muzikale momenten – deel 1 ‘gouden pruik’ (over mark oliver everett)

‘gouden pruik’

capless-bob-stijl-100-japanse-kanekalon-vezels-gouden-steil-haar-pruik_nwrfaf1319097095133

‘Going to your funeral now and feeling I could scream’. De hoge, kwetsbare stem van Mark Oliver Everett vult haar meisjeskamer. Bij Wies komt iedere lettergreep van elk woord keihard binnen. Tranen biggelen over wangen. Ze speurt naar d’r slaapknuffel. Kan die schmutzige tijger in verregaande staat van ontbinding niet vinden en trapt onbesuisd tegen ‘t vierdehandse basisschoolbureautje. Bam!!!
Natuurlijk heeft de zelfmoord van Marks zuster niets te maken met de kanker van haar moeder. Toch spreekt de woordentrein van de Amerikaanse zanger haar rechtstreeks en zonder vertraging of tussenstops aan. Z’n schurende, rasperige vocalen klinken zoals de lederen zolen van haar lichtbruine cowboylaarzen er uit zien. Maar zijn teksten worden haar stenen tafelen. Dit willekeurige pubermeisje uit een minstens zo willekeurig dorp zocht maandenlang een huilschouder en vindt troost bij een onbekende man uit Virginia.

Het is 1998: een jaar met enkel gitzwarte bladzijden in haar levensboek. Na een slopend ziekbed was het uiteindelijk ‘voor iedereen het beste’ dat ze met de medicatie stopten. Voor iedereen? Jaja… Geen enkele dochter wil haar moeder verliezen. Helemaal niet als zij slechts 41 werd en jij nog geen 17 was.
Okay, die verdoemde chemo zorgde voor ongekende karaktertrekken zodat ze stiekem wel eens bad om een spoedige dood. Wies‘ mama werd ’s nachts menigmaal schreeuwend wakker. Verward als een razendsnel opgerolde, roekeloze kluwen wol. Dan vertelde ze dat er mensen aan haar trokken. Met strotouwen. Zodat ze naar eigen zeggen niet meer kon lopen en niks zelf mocht bepalen. Moeder was uiteindelijk een clowneske trekpop geworden van haar eigen demonen. Zonder make-up en rode neus. Maar wel met een goudkleurige pruik.

Tegenwoordig slaapt Wies door vrachtwagenladingen Prozacpillen ietwat beter. Toch blijven afschuwelijke herinneringen als een fanatieke legereenheid overeind staan. En die mooie moederskenmerken glijden als flinterdunne confetti tussen vingers door in een verzwelgende dodelijke modderpoel. Haar geur, haar stem, haar lach, haar blik? Alles vervaagt.
Marks zang lijkt vrolijker van toon. Ze denkt aan fijne zomervakanties in Zuid-Duitsland. De zanger leidt Wies naar een Bodenmeer vol troostrijke gedachtes. Al doen zijn zwartgallige teksten anders vermoeden. Cancer for the cure. Buckle-up and endure now baby’.
Natuurlijk heeft de fatale longkanker van Marks moeder niets te maken met de hersentumor van haar eigen mama. Maar ’endure’? Yeah right! In de All Stars-schoenendoos met persoonlijke prullaria ligt een briefopener uit Freiburg. Ze kerft ermee in het bovenblad van haar bureautje: ‘It’s a motherfucker; being here without you’.

Die zin is het startschot van een brief. Woorden dalen neer op het roze parfumpapier. In steenkolenengels bedankt ze Mark. Voor nummers die ramhard binnenkomen, waterlanders veroorzaken maar uiteindelijk tóch troostrijk blijken. Het maakt hem tot een rotsvaste pilaar in de drijfzanddagen van haar leven, vertrouwt ze het papier toe. Ze besluit met de zin die bibberig en onvast in haar bureau staat gekrast.

Wies vindt een fanclubadres in het cd-boekje, plakt postzegels en spurt richting slagaderrode postbus in het dorpscentrum. Het doorgeefluik van haar muzikale toekomst. Mét Mark Oliver Everett, inderdaad. Tot de dood er op volgt…

den=beatlesboek

Tja,

Ik ben gewoon een beetje trots…

De voltallige Praagse Beatles Revival Band (www.thebeatles.cz) heeft onlangs (na hun gig tijdens De Sleepbootdagen in Zwartsluis) een exemplaar ontvangen van mijn Engelstalige boek over de Let It Be-sessies in januari 1969, In The Studio With The Beatles (www.inthestudiowiththebeatles.com)… #cool #proud

(foto’s gemaakt door Anja Bos)

den=im

Bon vivant pur sang
Negen van de tien interviewgesprekken die ik als journalist houd, verlopen redelijk tot goed. Ik stel mijn vragen, krijg een goede indruk van hetgeen de persoon aan de andere kant van de tafel wil uitdragen en ik werk een artikel uit. Van tijd tot tijd heb ik echter ook te maken met mensen die boven deze grijze massa uitsteken. Dat levert dan begeesterde, bezielende gesprekken op waar ik graag aan terug denk. Zoxe2x80x99n persoon inspireert. Zo iemand was Jean-Paul Eykelenkamp.

Een dergelijk geanimeerd gesprek zorgt er vaak voor dat ik nog wat beter mijn best probeer te doen om een mooi artikel af te leveren. Die personen verdienen dat in mijn optiek. Jean-Paul verdiende dat dus ook. Hij had als directeur van de welbekende Deventerxe2x80x99 drankengroothandel EYkelenkamp een onderscheidende kijk op de markt en maakte het bedrijf nog succesvoller dan het al was. Dit was een man met passie. Een man met gedurfde opvattingen, een man met lef. Iemand die met hart en ziel als succesvolle ondernemer werkzaam was, en nooit te beroerd bleek om risicoxe2x80x99s te nemen. Maar hij was ook een man die dat werk zonder moeite aan de kant kon schuiven om boven alles te kiezen voor zxe2x80x99n kinderen, voor zxe2x80x99n familie. Gul, loyaal, niet arrogant en erg levenslustig. Het is zo maar een willekeurige opsomming van enkele woorden die me te binnen schieten, nu ik terugdenk aan de gesprekken die ik met hem had. Beginnend bij dat mooie interview in 2008.

Overigens, ik ken Jean-Paul Eykelenkamp verder helemaal niet goed, heb in totaal hooguit een paar uur van mijn leven met de beste man doorgebracht. Maar toen ik vanochtend hoorde dat hij afgelopen maandag op 50-jarige leeftijd is overleden, gingen mijn gedachtes weer terug naar die schaarse ontmoetingen.
Zo genoot hij naar eigen zeggen met volle teugen van een fikse aantal hobbyxe2x80x99s. Muziek was daarvan een zeer belangrijke. Hij liet ook de gemeenschap daar van meeprofiteren, zijn bedrijf sponsorde talloze muzikale evenementen uit Deventer en omgeving. En soms had hij daar ook nog eens de organiserende hand in. Hij haalde Bill Wyman, Willy DeVille en ook Southside Johnny & the Ashbury Jukes naar Deventer. Ook liet hij Solomon Burke optreden in de Lebuxc3xafnuskerk. Daarnaast sponsorde Jean-Paul diverse culturele en sportieve initiatieven, ondersteunde hij lokale bands. Zonder zakelijke agenda, zonder dollartekens in zijn ogen. Nee, feitelijk alleen omdat hij het leuk vond.

En dan was daar nog zijn voorliefde voor The Beatles. Ik hou van die band, maar hij was er ooit compleet als een blok voor gevallen. Bijna dwangmatig verzamelde hij alles wat los en vast zat. Toen mijn boek xe2x80x98Bij The Beatles in de Studioxe2x80x99 vorig jaar uitkwam, was hij xc3xa9xc3xa9n van de eersten die hem bestelde. Hij heeft me bij de totstandkoming van dat boek overigens nog diverse malen geholpen. Enkele gesprekken die me helder bijstaan? xe2x80x98Ooh, je hebt nog fotomateriaal voor je boek nodig? Fotografeer al mijn verzamelde fotoxe2x80x99s maar, ik vind het geen enkel probleem.xe2x80x99
Ik die week daarna meteen naar Deventer toe. De lijsten werden van de muur gehaald en ik mocht het werk uitgebreid op camera vastleggen. We hadden ons allebei niet gerealiseerd dat er zeer strenge foto- en portretrechten op dat materiaal rust. Dus ik heb er niets mee kunnen doen. Zijn reactie: xe2x80x98Ach, daxe2x80x99s jammer. Maar dan heb je in ieder geval wat mooie pics voor jezelfxe2x80x99. One way or another: het werd een dag om nooit te vergeten.

Een andere dag om nooit te vergeten was maandag 14 september 2009. Toen vond de officixc3xable opening van de nieuwe drankengroothandel EYkelenkamp plaats. Een groot feest, kosten nog moeite waren gespaard. Met diverse optredens, met een grote schare gasten. En het moet gezegd: Jean-Paul zelf genoot het meest van allemaalxe2x80xa6 (zie hieronder een foto die ik van hem maakte, toen Bertolf met zijn band Her Majesty op het dak van het nieuwe pand aan het spelen was).

 

Jean-paul 
 

Jean-Paul regelde die 14e september zelfs een gesprek met Pattie Boyd. xe2x80x98Misschien wil zij het voorwoord van je boek wel schrijvenxe2x80x99, opperde hij enthousiast. Ze deed dat helaas niet, maar het gesprek was leuk. Diezelfde avond bleek dat Bertolf dat voorwoord daadwerkelijk ging schrijven. Indirect is dat wat mij betreft dus ook te danken aan Jean-Paul. Nadien sprak ik hem nog meerdere malen via mail. Bijvoorbeeld een dag na het concert dat Paul McCartney vorig jaar in het Gelredome gaf. Trots meldde hij dat hij er met de hele familie geweest was. Een deel uit die mailwisseling: xe2x80x98Ik stond in het voorvak, 10 meter voor de microfoonstand van Paul. Een topshow. 2 Uur en 35 minuten zonder een slokje waterxe2x80xa6 Ik hoop dat ik er over 18 jaar nog zo bij staxe2x80x99.
Tja.

Op dit moment lees ik het artikel nog eens door, dat ik in 2008 schreef over deze inspirerende persoonlijkheid. Enkele saillante passages uit het artikel dat in oktober in Driesteden Business verscheen?
Over werk: xe2x80x9cJe bent maar zo kort op deze wereld, waarom zou je er dan niet gewoon voor zorgen dat het erg leuk is waar je eenderde van je leven mee bezig bent?xe2x80x9d.
Een citaat dat zijn levensvisie volledig typeert: xe2x80x9cIk ga met volle kracht vooruit, kan slecht xe2x80x98neexe2x80x99 zeggen, leef intensief door de vele leuke dingen die ik onderneem. Maar waarvoor wat mij betreft alles moet wijken? Datgene dat al dat harde werken pas xc3xa9cht vruchtbaar maakt? Dat zijn mijn twee kinderen Scott en Inghean. Daar geniet ik intens van. Dan kun je wel een succesvol bedrijf opgezet hebben, maar mxe2x80x99n kinderen zijn mijn alles.xe2x80x9d

Het is verrekte jammer dat er op 1 september 2010 geconcludeerd moet worden dat hij helemaal niet eenderde deel van zijn leven gewerkt heeft, maar juist een veel groter deel. Aan de andere kant weet je in het geval van Jean-Paul Eykelenkamp in ieder geval wel heel erg zeker dat hij met volle teugen genoten heeft. Van zxe2x80x99n werk, van de spaarzame vrije tijd, van de vele hobbyxe2x80x99s, van familie, vrienden en gezin.. Smikkelen Dat maakt Jean-Paul Eykelenkamp wat mij betreft tot het toonbeeld van een bon vivant pur sang.

And in the end
The love you take
Is equal to the love you make

Dennis Dekker

PS. Het gehele artikel uit oktober 2008 is na te lezen via de link http://www.driestedenbusiness.nl/uitgave_artikel.asp?id=119

den=hardloopfeuilleton (slot)

…De ultieme meters naar het steile pad richting zijn appartement werden hem uiteindelijk te zwaar. Hij wandelde verder. Hij pufte, zuchtte en steunde. Het was niet ver meer naar een grote glas water. Het was niet ver meer naar de klaterende douche. Het was niet ver meer naar de pen waarmee deze tocht vastgelegd zou moeten worden.

A.H., de Anonieme Hardloper