Eerbetoon aan Thé Lau, eerbetoon aan The Scene

Voor de laatste keer luisteren naar de boodschap van Thé Lau

The Scene is de band die ik in mijn leven het vaakst live gezien heb. Zo’n 22 jaar volg ik die rockformatie al. En nooit verveelde er een concert. Altijd weer, wist de band me te raken. Ook belangrijk: nimmer was het onder de maat. Of het nu een slotoptreden van een studentenverenigingsfeest was met vrijwel alleen dronken toehoorders, een kleine club met nog geen honderd man, een festival met duizenden aanwezigen die na praktisch ieder lied lalden om de hit ‘Iedereen Is Van De Wereld’, de band bleef stoïcijns en maakte indruk. Keer op keer. Ik was en ik ben fan. Met een welhaast amoureus gevoel.

Dat kwam ooit natuurlijk door die loeistrak spelende bassiste met haar vuurrood gestifte lippen. Op Emilie was ik (toegegeven) heimelijk zelfs een beetje verliefd. Dat kwam ooit ook door die ietwat mysterieuze toetsenist Otto met z’n ravenzwarte coupe. En dat kwam eveneens door die bevlogen en immer enthousiaste en zeer kundige drummer Jeroen.
Maar met twee had ik het meest. Eus vanwege z’n lyrisch gierende gitaarspel en dat vervaarlijk heen en weer zwiepende dunne spriethaar. Ik speelde gitaar, maar de vervreemdende solo’s die hij produceerde waren van een geheel andere orde.
En dan was daar natuurlijk de frontman tegen wil en dank: Thé Lau. De man die in de loop der jaren best wel eens meldde dat hij liveoptredens maar niks vond. De man die soms best arrogant oogde op de planken, maar dat geenszins was. Ondanks dat al die aandacht misschien niet direct iets voor hem was, wist hij steevast bakken vol charisma het podium op te slepen. Dat kwam door zijn half tokkelende maar o zo ingenieuze gitaarriedels. Maar ook door zijn stem en zijn boodschap. Thé Lau was een man die het begrip teksten in de Nederlandstalige popmuziek in z’n eentje op een hoger plan trok. De man die z’n eigen woorden laat vallen en velen raakt. Hij deed dat met een onverwoestbaar ronkende, rokerige soulstem die kwetsbaar kon zijn als grafiet, maar eveneens sterk en onverwoestbaar als een zwarte diamant. De boodschap van Thé Lau werd door menigeen gevreten. En ik werd één van zijn fervente toehoorders.

Eén van de mooiste optredens van The Scene? Dat was tegelijkertijd één van de eerste keren dat ik ze zag: het bevrijdingsfestival in Almere. Ik denk in 1993. De band was in topvorm. In mijn herinnering danste het hele veld binnen luttele secondes na aanvang de benen uit het lijf. Nummer na nummer volgde, nummer na nummer had ik het kippenvel op armen, schouders en ruggengraat. Totdat ze Het Werk Van God inzetten. Dat lied kende ik van hun debuut Rij Rij Rij, maar het kwam op die dag in één klap recht mijn hart binnen. Het is er sindsdien nooit meer weg gegaan.

De concerten bezocht ik vrijwel altijd met Scenevriend Jacco. Talloze drijfnat bezwete (Scene-)shirts volgden. Soms zagen we de band meerdere keren per maand. Het maakte ons niet uit. We moesten er heen. Want eigenlijk wilden we dat gevoel van Almere overtreffen. ’t Is eerlijkheidshalve nooit meer gelukt. Maar altijd waren de shows prachtig. Dit was een band die zich volledig gaf. Dat wilde je als publiek dus ook doen. Het was een verplichting, een ongeschreven wet.
Solo bezocht ik Thé Lau ook meerdere malen. In 1999 was ik programmeur van een muziekfestival en haalde ik hem zonder band naar het dorp waar ik woon. We praatten met elkaar en op die dag kwam ik er achter dat die vermeende arrogantie op het podium juist verlegenheid was. Backstage verklapte ik hem mijn favoriete Scenesong: Het Werk Van God. Het zat in de set. Hij zou het voor me spelen. En hoe. Ik stond pal voor het podium. Bijna vastgenageld. Met tranen in de ogen. Wondermooi was het. Zoals hij daar stond, zo zou ik hem graag zo vaak mogelijk willen zien. En liever nog mét band.

Thé Lau, The Scene, Epop, eerbetoon

Thé Lau op Epop 1999

Tot 2002. Toen kondigde Thé Lau in een krantenartikel aan dat The Scene uit elkaar lag. De fans waren er ziek van. Jacco en ik incluis. Maar even zo verrassend liet de band 5 jaar later weer van zich horen. De plaat 2007 bestond voornamelijk uit bekend werk met gastmuzikanten. Eerlijk gezegd deed het me niet zo veel. De twee nieuwe nummers Alkmaar en Meisje Van De Dromen boden hoop. En… er was een serie reünieconcerten aangekondigd.

14 Mei 2007. Ik was er bij toen ze de eerste try out in P3 in Purmerend gaven. Zonder Eus en dat was jammer. Maar wél mét de liedjes. Uit alles bleek, die avond: dat was niet zo maar iets. Het was de aanloop naar nieuw materiaal.
Twee jaar daarna kwam dat album ook: Liefde Op Doorreis. In dat kader had ik het voorrecht om Thé Lau nogmaals te ontmoeten. Voor een muziekblad kon ik hem en Emilie interviewen. In z’n favoriete café in Amsterdam. Want ‘daar mocht je tenminste roken’.
Het gesprek was een geweldige ervaring. Niet eens zo zeer vanwege het interview. Dat was ver onder de maat, vanwege mijn idiote fangedrag. Het deerde Thé en Emilie niet. Die vonden het denk ik wel schattig. En weer kwam het gesprek op Het Werk Van God. Thé vertelde over de ontstaansgeschiedenis van dat nummer. Z’n schoonzus werd ooit volkomen onverwachts dood in huis aangetroffen. Het nummer bestaat uit vele zinnen van verbluffende eenvoud. Neem ‘en de zon verlicht de lege plek die jij achterlaat’. Prachtig, in één woord.
Op de terugreis naar huis dacht weer eens aan mijn eigen moeder die in 1995 op 47-jarige leeftijd overleed. Sindsdien had dat nummer van The Scene logischerwijs nog meer betekenis gekregen. Ik maakte het artikel en zweefde dagenlang centimeters boven de grond. Dichterbij mijn idool kon ik in mijn optiek niet komen.
Ik wilde derhalve ook weer naar hun optredens, ik wilde weer herenigd worden met mijn Scenevriend. Maar dat duurde om onverklaarbare redenen nog een hele tijd. Pas in december 2012 vonden Jacco en ik elkaar weer. Een nieuw album een nieuwe serie concerten. Plaats van handeling? Een, lang niet uitverkochte, Hedon in Zwolle. Als altijd stonden we vooraan. Zo veel jaren ouder, maar nog immer dansend, nog altijd meezingend. Een majestueus gevoel. Een prachtige avond. Wel zonder Otto, trouwens. Otto was ernstig ziek en werd vervangen. De band vertelde er kort over. Toch was de sfeer ongedwongen. Thé meldde al grappend dat de band deze avond een pauze ingelast had. ‘Jullie, maar ook wij zijn wat ouder geworden’, grijnsde hij. De zaal lachte. De pauze had namelijk ook een goede kant: het aanwezige publiek kon meebeslissen over de set na de pauze. De hits vlogen langs, Thé schreef ze op een kartonnetje.
Ik vroeg om Het Werk Van God. Thé en Emilie keken elkaar veelzeggend aan. Oei, dit voorspelde niet veel goeds. Na de pauze volgde nummer na nummer elkaar op. Rauw Hees Teder, Samen, Rigoureus, Alcohol En Tranen. Totdat…
Ze speelden het. Ik keek naar Jacco, hij naar mij en we zongen woord voor woord mee. Bij Thé en Emilie stonden de tranen in de ogen. Heus niet door ons. Maar veel meer vanwege hun eigen gevoel. Ze dachten aan Otto.

Toen werd het augustus 2013. Thé Lau heeft keelkanker, berichtten diverse media. Maar hij is ‘vol goede moed over de behandeling’, stond er ook. Optredens gaan dus ‘gewoon’ door. Jacco en ik hadden contact. We wilden The Scene graag weer eens zien. Toch kwamen we er niet toe om daadwerkelijk kaartjes te regelen.
In april van dit jaar kwam het bericht naar buiten dat The Scene stopt. Weer contact ik mijn Scenevriend. Al die herinneringen, al die concerten. Misschien moesten we 17 juni juist niet naar Paradiso in Amsterdam gaan. Of toch wel? Jacco haalt me over. ‘Ze niet zien is geen optie, toch?’, vindt hij. Ik stem in en wonder boven wonder kan hij kaartjes regelen.

Nu is het juni 2014. Paradiso is HMH geworden. Er treden gastmuzikanten op. Aanvullende aspecten die wat mij betreft niet hadden gehoeven. Ik wil Paskal Jakobsen van Bløf niet te horen. En Jacqueline Govaert ook niet. Ik wil Thé horen. En de uitwijk naar die grote Amsterdamse zaal staat me ook niet echt aan. Maar toch ga ik. Mét mijn Scenevriend. Want de ongeschreven wet roept. Ook het publiek moet zich voor de laatste keer volledig geven. Ach, dat zal door de emoties best moeilijk zijn. Maar veel meer moeten we genieten. Sterker, misschien staan Otto en Eus wel een paar nummers mee te spelen. Dat zou wat zijn, zeg. Zo niet? Ook goed, want feit blijft: de code die wij met The Scene hebben, is en blijft hecht, dynamisch en onverbrekelijk. Nog één keer luisteren we 17 juni samen naar de boodschap van Thé Lau en de te gekke muziek van The Scene. Nog één keer klinkt Het Werk Van God.

Dennis Dekker
tekstschrijver (muziek)journalist en voor altijd fervent fan van The Scene

Advertenties

One thought on “Eerbetoon aan Thé Lau, eerbetoon aan The Scene

  1. Pingback: Muziekjaar 2014: de albums en de concerten | denn1s

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s